Op zaterdag 28 september organiseert de werkgroep Geschiedenis van de NVvW haar 25e symposium met als thema Denken met Dingen; een symposium over hoe en waarom er in het verleden in de wiskundeles gebruik werd gemaakt van instrumenten en modellen. 

Sprekers tijdens deze dag zijn
– Johan van Kuilenburg
– Frits Beukers
– Willem Uittenbogaard
– Wilfred de Graaf

Het symposium wordt gehouden in het Nationaal Onderwijsmusem in Dordrecht. Toegang tot de collectie van het museum is inbegrepen in deelname aan het symposium.

Kosten
€ 42,50 voor leden NVvW en NVORWO
€ 47,50 voor niet-leden
€ 32,50 voor studenten van de lerarenopleiding

 

9:30 inloop met koffie en thee
10:00 opening door dagvoorzitter
10:15 Lezing door Johan. van Kuilenburg
11:00 Pauze met koffie en thee
11:30 Lezing door Frits Beukers
12:15 lunchpauze en gelegenheid de collectie van het museum te bekijken
13:30 Workshop door Willem Uittenbogaard
14:15 korte pauze
14:30 Workshop van Wilfred de Graaf
15:15 Afsluiting en borrel

Abstracts

Aanmelden

Hieronder kun je je aanmelden voor het 25e symposium van de werkgroep Geschiedenis. Je kunt daaronder ook meteen met iDeal betalen. Wanneer je niet betaalt, ontvang je later een factuur per e-mail. 

Lid NVvWLid NVORWOGeen lidStudent aan een lerarenopleiding

Betalen




Na afloop van symposium plaatsen we enkele foto’s op de website. Hierbij kunnen deelnemers herkenbaar in beeld komen. Ga je hiermee akkoord?



Totaal: € -


 

Het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht is gevestigd in een unieke locatie: het zorgvuldig gerestaureerde gebouw De Holland uit 1939. De Holland is een van de karakteristieke gebouwen die de eigenzinnige architect Sybold van Ravesteyn (1889 – 1983) heeft ontworpen. Een bijzonder museumgebouw vlakbij het station.

Het museum heeft, met meer dan 390.000 voorwerpen, de grootste onderwijscollectie ter wereld. Uniek, net als artikel 23 uit onze grondwet over de vrijheid van onderwijs dat ten grondslag ligt aan de diversiteit in het Nederlandse onderwijs. En die verscheidenheid aan objecten is terug te zien in de collectie.

De bezoekers aan het symposium hebben gedurende de lunch de gelegenheid om de levendige en veelzijdige tentoonstelling met de vele aspecten van het onderwijs en de invloed ervan op jeugdcultuur te bekijken. 

Nationaal Onderwijsmuseum
Burgemeester de Raadtsingel 97
3311 JG Dordrecht

Wiskundige hulpmiddelen in voorbije tijden 
Johan van Kuilenburg

Historisch werd wiskundige kennis intensief benut bij praktische toepassingen. Die lagen op het vlak van plaatsbepaling, navigatie, landmeetkunde, en tijdmeting. Ook meetapparaten zijn ontworpen op basis van wiskundige kennis.
Daarnaast zijn een aantal hulpmiddelen ontwikkeld voor de rekenkunde. Begonnen als eenvoudige analoge en digitale instrumenten, zijn deze hulpmiddelen geëvolueerd tot ingewikkelde mechanieken.
Speciaal voor het onderwijs zijn ook modellen gebruikt, vooral voor de ruimtelijke meetkunde.
Bij Rijks Museum Boerhaave zijn originele instrumenten verzameld die deze ontwikkelingen illustreren. Deze worden in samenhang besproken en enige worden gedemonstreerd. Het tijdinterval van de bespreking houdt op bij de introductie van elektronica.

Onderwerpen:
Rekenen
Abacus (div.)
Proportionaal passer (Sneewins)
Rekenstaafjes van napier (Cleef)
Rekenlineaal (demo)
Rekenschijf, ook voor speciale doelen (Amersham, Zeiss)
Rekentrommel (Curta)
Van telmachine naar reken machine (de Millionär van Lorentz)
Plaatsbepaling
Astrolabium (Ali Ibn Sadik, Hartman)
Jacobsstaf (Hulst van Keulen)
Hollandse cirkel (Schooten)
Instrumenten
Klok (Huygens)
Heliostaat (Cloese)
Pantograaf (Steur)
Onderwijs
Wiskundige lichamen modellen (LO -Timmer, Paauw)
Ruimtelijke modellen 3D functies (WO – div.)

3D-modellen in het meetkunde onderwijs
Frits Beukers

In de 19e eeuw nam de meetkunde een enorme vlucht, van de klassieke kegelsneden (ellips, hyperbool, parabool) naar classificatie van algebraïsche oppervlakken. Dit bracht met zich mee dat men steeds meer met formules werkte zonder echte visualisatie van de bijbehorende meetkunde.
Op initiatief van Felix Klein begon men rond 1900 aan de productie van aanschouwelijke gips- en draadmodellen, vooral met het oog op het (universitaire) onderwijs in de meetkunde.
In deze voordracht zullen we kort iets vertellen over deze geschiedenis, samen met wat voorbeelden.
Tegenwoordig, met behulp van de computer, zijn dit soort modellen niet alleen voorbehouden aan de universiteiten, maar liggen ook binnen het bereik van de middelbare scholier en docent. Ook hiervan zullen we een paar illustraties geven.

Luzabakus en hondenvel 
Willem Uittenbogaard

Zijn ze er nog? En zo nee, waarom zijn ze dan weer verdwenen?

We zullen niet ingaan op leermiddelen als de rekenliniaal, die onder andere van een vermenigvuldiging een optelling maakt. En ook niet op het gebruik van de rekenmachine, die van elke bewerking een feilloos antwoord genereert.
Wel passeren natuurlijk alle materialen en leermiddelen de revue die de pretentie hebben en hadden om het denken van kinderen via handelen te ondersteunen.
De bedenkers van al die materialen hebben en hadden een mooi doel. Het zou kinderen moeten of kunnen helpen om het handelen met concrete materialen om te zetten in mentaal handelen. Vervolgens heb je het materiaal niet meer nodig en kun je het op eigen kracht.
Er zijn in de geschiedenis van het reken-wiskundeonderwijs veel van die materialen ontworpen en bedacht. En in de markt gezet en in praktijk gebracht.

Maria Montessori is er nog steeds met haar gouden materiaal. Fröbel nog een beetje. Veel van de bedenksels zijn gekomen en gegaan.
We proberen te achterhalen wat de bedenkers voor ogen hadden en waarom het soms geen succes is geworden of wel.
Kortom: kansen en gevaren van leer- en hulpmiddelen voor leerlingen en leerkrachten.

Het gebruik en de wiskundige principes van het astrolabium
Wilfred de Graaf

Meer dan duizend jaar lang was het astrolabium een van de meest gebruikte sterrenkundige instrumenten in zowel Europa als de islamitische wereld.
Gebaseerd op het wiskundige principe van stereografische projectie van de hemelbol, dat teruggaat tot de Griekse Oudheid, floreerde het astrolabium in de islamitische wereld vanaf het jaar 800 AD. Het astrolabium werd gebruikt om de posities van de zon en de sterren te vinden en te voorspellen, en om de lokale tijd vast te stellen.

In de workshop leert de deelnemer aan de hand van een model van papier en plastic om het astrolabium te gebruiken. We bekijken vervolgens hoe het astrolabium met behulp van stereografische projectie werd geconstrueerd, en maken een beginnetje met een eigen tekening van een astrolabium.