Plenaire lezingen

Lezing 1. Succes met rekenen en wiskunde!

Kees Hoogland
Leerlingen in of op weg naar het vmbo hebben in hun toekomstige beroep en dagelijks leven rekenen en wiskunde nodig. Maar wat hebben ze dan nodig? Wereldwijd is het onderwerp van onderzoek en discussie welke reken- en wiskundeinhouden voor deze leerlingen het meest relevant én goed onderwijsbaar zijn.
Uit al dit onderzoek ontstaat een beeld van inspirerend en effectief reken- en wiskundeonderwijs voor deze leerlingen.

Wat houdt dat in? Concreet, voorstelbaar en beeldend wat betreft de inhoud en tegelijkertijd uitdagend en met voldoende kansen op succesbeleving als het gaat om het niveau.
Het gaat dan om een goede mix van oefenen en probleem oplossen. Om het gebruiken van handige visuele denkmodellen. Niet alleen maar werken met contexten, maar ook niet te snel formaliseren. Het gaat dan om het maken van eigen producties en samen praten over rekenen en wiskunde. En het gaat dan niet zozeer om het werken met toetsen om cijfers te kunnen geven, maar vooral om formatieve toetsing, waarmee leraar en leerlingen samen op verschillende manieren kijken hoe ver de leerling is in zijn leerproces.

Wat betekent dat in de praktijk? En past dat wel binnen de huidige (voortgangs-)toetsen, examenprogramma’s en referentiekaders? Het antwoord daarop is een volmondig ja. In deze lezing zullen we laten zien dat de leerlingen die wat meer moeite hebben met rekenen, net zo goed succesvol kunnen zijn en plezier kunnen beleven aan rekenen en wiskunde!

Lezing 2. Formatief evalueren binnen het reken-wiskundeonderwijs

Anneke Noteboom (SLO)
Formatief evalueren is hot! Het verhoogt de leeropbrengsten van leerlingen. Het zorgt ervoor dat leerlingen zich meer verantwoordelijk voelen voor hun leren en niet onbelangrijk: leerlingen raken meer gemotiveerd om te leren! Ook leraren blijken hun lessen leuker te vinden als ze meer aandacht besteden aan formatief evalueren. Dat klinkt niet gek.

Maar wat is formatief evalueren nu precies? En wat kunnen wij als leraren in po en in vo in ons reken- en wiskundeonderwijs dan doen? En kan dat bijdragen aan een betere aansluiting?

In deze interactieve presentatie bespreekt Anneke Noteboom wat formatief evalueren is en waarom het zo’n belangrijke bijdrage kan leveren aan het leren van leerlingen. Kán, zeggen we. Want er zijn vele vormen van formatief evalueren. Niet elke vorm is altijd even geschikt.

Ze gaat in op voorbeelden en werkvormen die passen binnen de reken- en wiskundelessen en bespreekt wat leerlingen nodig hebben om inderdaad hun leren zelf in handen te nemen. Ook staan we stil bij de vraag hoe wij hier als leraren aan kunnen bijdragen. Want onze rol blijft cruciaal! U krijgt tips en voorbeelden die u direct in kunt zetten.

Workshops

Workshop 1. Een goede aansluiting po-vo in de praktijk, het kan!

In de regio Goeree Overflakkee is een aantal jaren geleden een samenwerkingsverband tussen de basisscholen in de regio en de Regionale Scholengemeenschap Goeree Overflakkee (RGO) gestart. Er zijn werkgroepen ingesteld voor Nederlands, Engels, wiskunde en informatica. Swier Garst (RGO), Jozien de Wit en Marlet Westdijk vertellen over wat zij gedaan hebben en de plannen die er nog op de plank liggen.

Workshop 2. Een kijkje bij elkaar in de keuken

Ebrina Smallegange (docent vmbo) en Anneke Noteboom (SLO)
Na zes jaar met een rekenmethode in het basisonderwijs te hebben gewerkt, gaan leerlingen na groep 8 in de brugklas verder in hun wiskundeboek. Daarnaast volgen ze misschien nieuwe rekenlessen.
In hoeverre verschillen de methodeboeken? Hoe zit het met de wiskundetaal, de aanpak, de didactiek, het gebruik van modellen? In hoeverre is er wel of geen sprake van een doorlopende leerlijn voor de leerlingen? Is de stof moeilijker in het vo? Gaat het om meer formeel rekenen?

In deze workshop nemen we ruim de tijd om de boeken uit het po en het vo (vmbo) naast elkaar te leggen, te bekijken en te vergelijken. We bespreken verschillen en overeenkomsten. We kijken naar belemmeringen en kansen en gaan vooral in op de vraag hoe leraren elkaars kennis en ervaringen kunnen benutten in hun reken-wiskundeonderwijs ten dienste van de leerlingen. We nemen hiervoor de leerlijn procenten als uitgangspunt, omdat dit onderwerp zowel in het po als in het vo, maar ook in de dagelijkse praktijk een belangrijke rol speelt. Deze workshop richt zich op deelnemers uit het po en het vo. We vragen hen hun eigen reken- en wiskundeboeken waaruit ze lesgeven, mee te nemen.

Workshop 3. Metriek stelsel

Monica Wijers en Vincent Jonker (Universiteit Utrecht)

We hebben een keurig metriek decimaal stelsel (sinds Napoleon!). De ‘eenvoudige’ regelgeving (steeds iets met x10 en :10 – of 100 of 1000) doet wellicht hopen dat leerlingen dit eenvoudig in hun vaardigheden opnemen, maar wat blijkt: het is een van de lastiger onderwerpen van rekenen in het overgangsgebied tussen po-vo. Hoe komt dat?

Veel leerlingen hebben geen enkel benul van de ‘echte dingen’ die schuilgaan achter begrippen als kilogram, kilometer. Voor die leerlingen heeft het geen enkele zin om goocheltrucjes toe te passen met ‘metriek-stelsel-trappetjes’. Zij zullen zowel in het kale rekenen als in contextrekenen te weinig repertoire hebben om op terug te vallen.

Monica en Vincent kijken in deze workshop naar jullie eigen oplossingen voor dit probleem en wat anderen al bedacht hebben, zodat dit tips oplevert voor jullie lessen over het metriek stelsel.

Workshop 4. Passende perspectieven Rekenen voor het po en het vmbo

Ria Brandt (CPS)
Om leerlingen die moeite hebben met het reken-wiskundeonderwijs dat zij krijgen aangeboden, maatwerk te kunnen bieden, is het van belang dat je als leraar inhoudelijke keuzes maakt en durft te prioriteren. Maar welke leerstof is juist belangrijk voor deze leerlingen en wat zou je eventueel kunnen weglaten of vooruitschuiven? Wat als ze referentieniveau 1F of 2F niet kunnen halen?

Binnen het project Passende perspectieven Rekenen zijn leerlijnen beschreven, voor leerlingen in het po, s(b)o, en praktijkonderwijs die moeite hebben om het referentieniveau 1F te halen en sinds kort ook voor leerlingen in het vmbo die moiete hebben om 1F dan wel 2F te halen (http://passendeperspectieven.slo.nl/).
In deze workshop gaan we met u aan de slag met Passende perspectieven Rekenen in po en vmbo. Dat doen we heel praktisch. Allereerst bekijken we met u de verschillende leerlijnen en de resultaten van pilots. We bespreken met u onze ervaringen en geven handvatten. Na afloop weet u hoe u kunt screenen hoe ver een leerling op de doorlopende leerlijn po-vo gekomen is, welke kennis hij al heeft en welke doelen nog behaald moeten worden. U krijgt de papieren versie van de leerlijnen van leerroute 2 voor het vmbo mee, zodat u er in uw praktijk meteen gebruik van kunt maken!

Workshop 5. Dat kan ik u op een briefje geven!

Cathe Notten
Als leraar wil je zo goed mogelijk aansluiten bij wat leerlingen nodig hebben. Zo versterk je hun gevoel van competentie en betere afstemming leidt tot beter leren. In de basisschool lopen de niveaus van de leerlingen nog sterk uiteen, op het vmbo zitten leerlingen met een meer vergelijkbaar niveau bij elkaar, maar ook dan zijn de verschillen nog groot. Maar wat hebben de leerlingen, wat heeft iedere leerling nodig?
Hoe krijg je zicht op waar ze werkelijk staan, wat ze denken, wat ze wel snappen en waar ze de weg kwijt raken?
In het basisonderwijs wordt kinderen meestal gevraagd ‘iets uit te rekenen’ (wat ze vaak snel uit hun hoofd doen). Ze noteren hun antwoord en dat is vaak genoeg. In het voortgezet onderwijs ligt het accent meer op ‘laat met een berekening zien hoe je …’. Als je alleen een antwoord ziet, geeft dat weinig informatie over hoe een leerling rekent, denkt en redeneert, dus over het proces. Het geeft ook weinig aanknopingspunten voor zowel de leerling als de leraar voor vervolgstappen. Staat de berekening van de leerlingen erbij, dan kan het gesprek tussen leraar en leerling, maar ook tussen leerlingen onderling, veel inhoudelijker zijn en veel meer bijdragen aan het leerproces. In deze workshop gaan we in op het nut van ‘berekeningen noteren’ en ‘gebruik van uitrekenpapier’. Wat levert het op (waaronder ook het eigenaarschap en de motivatie van leerlingen) en hoe kan de informatie ingezet worden (bijvoorbeeld bij het geven van feedback en differentiatie). We gaan expliciet in op de afstemming van po en vmbo hierbij en het leren van elkaar.

De workshop wordt mede vorm gegeven vanuit eigen praktijkervaringen van de deelnemers. Wie uitrekenblaadjes of andere middelen gebruikt om zicht te krijgen op het proces tijdens rekenen-wiskunde nodigen we van harte uit om die als voorbeelden mee te nemen. Dat het bijdraagt aan het leren van de leerlingen, kunnen we u op een briefje geven!

Workshop 6. Het Rekenportfolio

Johan Henk van der Hoek en Anneke Meinsma-Mollema
Iedereen lijkt een goede overgang van po naar vo belangrijk te vinden. Maar HOE kan dit gerealiseerd worden? In de gemeente Tytsjerksteradiel (Friesland) wordt gewerkt met het Rekenportfolio. Dit Rekenportfolio is samengesteld door drie leerkrachten uit het po en vo. Vanuit het vo kwam de vraag om een werkgroep op te richten om een betere overgang van groep 8 naar klas 1 te creëren. De werkgroep heeft ruim twee jaar gewerkt aan de ontwikkeling van het Rekenportfolio. Hierbij heeft rekenexpert Margreeth Mulder geholpen. Er is een leerlingversie gemaakt en een handleiding voor docenten. Het Rekenportfolio wordt naast de reguliere rekenmethode gebruikt in groep 7 en 8 van de basisschool en in de onderbouw van het vo. Leerlingen noteren de aangeleerde rekenregels in hun eigen woorden, zodat de leerstof goed blijft hangen. In de handleiding voor docenten zijn de referentieniveaus verwerkt. In deze workshop zal het Rekenportfolio verder worden toegelicht. Kortom: een praktijkgerichte workshop waarna jullie zelf geïnspireerd aan de slag kunnen gaan met een goede overgang van po naar vo!